Nieuws Fiscaal advies Accountancy

VVPRbis en liquidatiereserve: vanaf 1 juli 2026 betaal je meer belasting op dividenden

VVPRbis-tarief stijgt van 15% naar 18% vanaf 1 juli 2026.

Auteur: Katinka De Clercq, Gecertificeerd fiscaal accountant bij by Watson.

In het kort

  • VVPRbis (Verlaagde Voorheffing - Précompte Réduit) verlaagt de belasting op dividenden voor aandeelhouders van kleine vennootschappen opgericht na 1 juli 2013
  • Het VVPRbis-tarief stijgt op 1 juli 2026 van 15% naar 18%.
  • Op een dividend van 100.000 euro betekent dat 3.000 euro extra belasting.
  • Ook de liquidatiereserve wordt minder voordelig voor reserves die vanaf boekjaar 2025 worden aangelegd.
  • Bestaande liquidatiereserves behouden hun huidige gunstige behandeling.
  • Of een vervroegde dividenduitkering interessant is, hangt af van je volledige fiscale en financiële situatie.

Wat verandert er vanaf 1 juli 2026?

De federale regering heeft beslist om twee populaire fiscale gunstregimes voor ondernemers minder voordelig te maken. Concreet gaat het om:

  • VVPRbis;
  • de liquidatiereserve.

Beide systemen werden jarenlang gebruikt om winst fiscaal voordelig uit een vennootschap te halen. Vanaf 1 juli 2026 stijgt de belastingdruk op deze uitkeringen.

VVPRbis stijgt van 15% naar 18%

De meest zichtbare wijziging betreft VVPRbis. Voor dividenden die vanaf 1 juli 2026 worden uitgekeerd, stijgt de roerende voorheffing van 15% naar 18%. Dat lijkt op het eerste gezicht beperkt, maar het effect wordt snel voelbaar bij grotere bedragen.

Dividend

Belasting aan 15%

Belasting aan 18%

Verschil

€ 25.000

€ 3.750

€ 4.500

€ 750

€ 50.000

€ 7.500

€ 9.000

€ 1.500

€ 100.000

€ 15.000

€ 18.000

€ 3.000

€ 250.000

€ 37.500

€ 45.000

€ 7.500

Belangrijk daarbij is dat de datum van uitkering telt. Niet het boekjaar waarop de winst betrekking heeft, en niet het moment waarop de winst werd opgebouwd, maar de effectieve beslissing en uitkering van het dividend. Wie vóór 1 juli 2026 uitkeert, kan nog gebruikmaken van het huidige tarief van 15%.

Ook de liquidatiereserve wordt duurder

Naast VVPRbis verandert ook de regeling rond de liquidatiereserve. Voor reserves die worden aangelegd over boekjaar 2025 of later stijgt het uiteindelijke belastingtarief. Bestaande reserves behouden hun huidige fiscale behandeling. Daardoor ontstaat een onderscheid tussen oude en nieuwe liquidatiereserves.

Wat is VVPRbis precies?

VVPRbis is een fiscale gunstregeling die bedoeld is om investeringen in kleine ondernemingen te stimuleren. Normaal betaal je op dividenden 30% roerende voorheffing. Van elke 100 euro dividend hou je dan netto 70 euro over.

VVPRbis verlaagt dat tarief aanzienlijk. Tot 30 juni 2026 bedraagt de roerende voorheffing onder VVPRbis 15%. Vanaf 1 juli 2026 wordt dat 18%. Ondanks de verhoging blijft VVPRbis dus nog steeds gunstiger dan het standaardtarief van 30%.

Wanneer kom je in aanmerking voor VVPRbis?

De belangrijkste voorwaarden zijn:

  • de vennootschap kwalificeert als kleine vennootschap (dit is wanneer je op de balansdatum van het laatst afgesloten boekjaar niet meer dan één van de volgende drie wettelijke criteria overschrijdt:
    - jaargemiddelde van het aantal werknemers: maximaal 50
    - jaarlijkse netto-omzet (exclusief btw): maximaal € 11.250.000
    - balanstotaal: maximaal € 6.000.000;
  • de aandelen zijn uitgegeven naar aanleiding van een inbreng in geld en zijn volstort;
  • de aandelen staan op naam;
  • de wettelijke wachttermijn werd gerespecteerd.

Pas vanaf het derde boekjaar na de investering geniet je van het verlaagde tarief. Strikt gaat het om het derde boekjaar na het jaar van de inbreng. In het tweede jaar geldt in sommige gevallen nog een tussentarief, dat intussen wordt afgebouwd.

Wat is een liquidatiereserve?

De liquidatiereserve is een alternatief voor VVPRbis. Hierbij reserveert de vennootschap een deel van haar winst in een afzonderlijke reserve. Op het moment van aanleg betaalt de vennootschap een afzonderlijke heffing van 10%. In ruil kan die reserve later fiscaal voordelig worden uitgekeerd.

Oorspronkelijk werd de regeling vooral gebruikt bij de stopzetting van vennootschappen. Vandaag wordt ze ook ingezet als instrument voor langetermijnplanning. Voor ondernemers die hun winst niet onmiddellijk nodig hebben, kan dat interessant zijn.

Welk tarief betaal je?

Voor de liquidatiereserve hangt de roerende voorheffing bij opname af van twee factoren:

  • wanneer de reserve werd aangelegd;
  • wanneer je ze uitkeert.

Onderstaand overzicht toont het verschil tussen oude en nieuwe reserves. De percentages zijn de roerende voorheffing op het moment van opname.

Reserve aangelegd over

Opname binnen 3 jaar

Opname na 3 jaar

Opname na 5 jaar

Bij vereffening

2024 of vroeger

20%

6,5%

5%

0%

2025 of later

30%

9,8%

9,8%

0%

(Let op: deze tarieven zijn niet de volledige belastingfactuur. De 10% die je al bij de aanleg betaalde, zit er niet in. Voor een nieuwe reserve die je na drie jaar opneemt, komt de totale belastingdruk daardoor op ongeveer 18% uit (de 10% bij aanleg plus 9,8% bij opname). Voor een oude reserve die je na vijf jaar opneemt, is dat ongeveer 13,6%.)

De grens ligt op een boekjaar dat afsluit op 31 december 2025. Voor een vennootschap met een boekjaar gelijk aan het kalenderjaar komt dat neer op reserves over 2024 (oud regime) tegenover 2025 en later (nieuw regime). 

De vrijstelling bij vereffening blijft behouden: wie de reserve pas opneemt bij de stopzetting van de vennootschap, betaalt dus nog steeds geen bijkomende belasting.

Moet je vóór 1 juli 2026 nog actie ondernemen?

Dat is wellicht de belangrijkste vraag. Het antwoord is: mogelijk wel, maar niet automatisch. Een dividenduitkering heeft immers gevolgen die verder gaan dan de fiscale besparing alleen.

Een uitkering verlaagt het eigen vermogen van de vennootschap. Dat kan invloed hebben op:

  • toekomstige investeringen;
  • financieringsaanvragen;
  • kredietwaardigheid;
  • liquiditeitsplanning.

Daarom is het belangrijk om niet enkel naar het belastingtarief te kijken. Een goede beslissing houdt rekening met zowel de fiscale als de financiële impact. Voor sommige ondernemers is een vervroegde uitkering interessant, voor anderen niet. Een berekening op maat blijft noodzakelijk. Contacteer je by Watson dossierbeheerder om je concrete situatie te onderzoeken.

Vier misverstanden die ondernemers geld kunnen kosten

“VVPRbis blijft toch gewoon 15%?”

Nee. Vanaf 1 juli 2026 stijgt het tarief naar 18%. Op een dividend van 100.000 euro bedraagt het verschil 3.000 euro.

“Ik beslis pas op de algemene vergadering in het najaar.”

Dan ben je mogelijk te laat. Voor VVPRbis telt de datum van uitkering, niet het boekjaar waarop de winst betrekking heeft. In veel gevallen kan een tussentijdse dividenduitkering perfect mogelijk zijn.

“Mijn bestaande liquidatiereserve wordt nu ook duurder.”

Nee. Liquidatiereserves die werden aangelegd over boekjaar 2024 of vroeger behouden hun bestaande tarief. De wijzigingen gelden enkel voor nieuwe reserves.

“Een liquidatiereserve blijft sowieso voordeliger.”

Dat is niet langer vanzelfsprekend. Door de nieuwe tarieven komen VVPRbis en de liquidatiereserve dichter bij elkaar te liggen. Welke optie het interessantst is, hangt af van je timing, winstplanning en persoonlijke situatie.

Veelgestelde vragen

  • Tot wanneer betaal ik nog 15% met VVPRbis?

    Voor dividenden die uiterlijk op 30 juni 2026 worden uitgekeerd. Vanaf 1 juli 2026 stijgt het tarief naar 18%.

  • Wordt mijn bestaande liquidatiereserve nu duurder?

    Nee. Liquidatiereserves die werden aangelegd over boekjaar 2024 of vroeger behouden hun bestaande fiscale behandeling.

  • Kan ik uitkeren zonder te wachten op mijn jaarlijkse algemene vergadering?

    Ja. Afhankelijk van de situatie kan een tussentijdse dividenduitkering mogelijk zijn. Je accountant kan beoordelen welke formaliteiten daarvoor nodig zijn.

  • Betaal ik nog belasting wanneer ik de liquidatiereserve opneem bij de stopzetting van mijn vennootschap?

    Nee. De vrijstelling bij vereffening blijft behouden. Dat geldt ongeacht wanneer de reserve werd aangelegd.

Laat tijdig berekenen wat voor jou het interessantst is

De verhoging van VVPRbis lijkt op papier beperkt, maar bij grotere dividenden kan het verschil snel oplopen. Bovendien spelen ook de nieuwe regels rond de liquidatiereserve mee in de afweging. Wie vóór 1 juli 2026 nog een beslissing wil nemen, wacht daarom best niet tot de laatste weken.

Bij by Watson bekijken we samen welke piste voor jouw vennootschap het meest interessant is, en zorgen we ervoor dat alle formaliteiten tijdig in orde zijn. Plan een gesprek en ontdek wat de nieuwe regels concreet betekenen voor jouw situatie.